So, it’s been forever. Genoeg te vertellen, maar waar te beginnen. De meesten van jullie weten wel wat er allemaal gebeurd is de afgelopen maanden. Voor diegenen die het niet weten, zal ik een kort overzichtje geven.
Horrible scams
Nadat we Talwood hadden verlaten zijn we gaan reizen langs de East Coast van Australië. Eenmaal in Cairns belandt, was het geld eigenlijk wel op en moesten we dus weer gaan werken. Jammer genoeg is het toch niet zo heel makkelijk om in Australië werk te vinden als backpacker. Ten eerste zijn er veel, heel veel, backpackers die willen werken. En daarbij komt ook nog dat in de sector waarin wij werk zochten, farmwork, veel oplichting voorkomt. Dat is ons bijna overkomen, een organisatie, genaamd Harvest Hoppers, kon ons wel farmwork garanderen, zo lang we ze eerst een bepaald bedrag betaalden. Daarbij kwamen ook nog andere hoge kosten voor onder meer de accommodatie en het loon was teleurstellend laag. Na wat spitwerk op internet kwamen we erachter dat Harvest Hoppers een scam is en wat waren wij blij dat we daar niet zijn in getrapt!

Op één van de vele strandjes die we onderweg tijdens het reizen tegenkomen.

Veel stops onderweg. Dit is op een uitkijkpunt ergens in Queensland.

Onze prachtige camping in Wonga Beach, een plaatsje net boven Cairns.
Zoeken, zoeken en nog eens zoeken
Na een tijdje te hebben rondgehangen in Cairns, steeds opzoek naar werk, besloten we weer af te dalen richting Brisbane. We dachten dat we in die area een betere kans hadden op werk. We hebben ongeveer halverwege Brisbane en Cairns een tijdje ons gesetteld om zo nog alle kanten op te kunnen. Daardoor kwamen we terecht in de town of Mackay. En wat hebben we een hekel gekregen aan Mackay. Het is een erg industriële stad, die niet veel moois te bieden heeft. Wij hebben daar ondertussen alle campings gezien en de MacDonalds kennen we van binnen en buiten. Want, helaas is free wifi niet zo’n heel groot concern voor Australië. Eigenlijk alleen bij de Macca’s (MacDonalds) heb je free wifi. Dus iedere dag zaten wij weer trouw in de MacDonalds aan een dertig cent ijsje, opzoek naar nieuwe banen.

Just cruisin’ around.

Waarschuwing voor krokodillen bij het Daintree Rainforest. Wat trouwens het oudste regenwoud ter wereld is. Beautiful!

Giftige slangen en spinnen op het land. Maar, ook in het water ben je hier niet veilig.
Charters Towers
Uiteindelijk na een aantal weken zoeken vonden we werk. Niet precies wat we zochten, maar het was ten minste iets. We mochten als barmaids aan de slag in Charters Towers, een oud mijnstadje. Vol goede hoop vertrokken we richting weer een nieuwe stad, nog steeds in Queensland overigens. Eenmaal daar aangekomen was de job toch niet precies wat we hadden verwacht. Na één dag daar gewerkt te hebben wisten we dat het helemaal niets zou worden. Naast een respectloze behandeling, waren de eigenaren gewoon klaar met het pubwerk. Ze zouden nog maar een aantal weken de eigenaren zijn van die pub en dan gingen ze rentenieren. Dus nee, dat was echt tien keer niks. Wederom konden Karina en ik opzoek naar ander werk. En nu wisten we het echt zeker, het moet farmwork worden.

De pub in Charters Towers is een Ierse pub.

Het oude goudmijn stadje Charters Towers staat vol koloniale gebouwen.
Home sweet home
Maar daar kwam toch eindelijk een lichtpuntje, we gingen terug naar Talwood. Niet om te werken, maar gewoon om iedereen weer even te zien. Even bijkomen van alle teleurstellingen qua banen. En wat werden we warm onthaald. We besloten het als verrassing te houden dat we terug kwamen in Talwood. Dus toen we daar opeens stonden kregen we gigantische knuffels van Bill en Donna en alle andere locals. We mochten zelfs in het huis van Leon verblijven terwijl hij weg was naar een paardenshow. Dat hebben we dan ook met beide handen aangegrepen en vanuit daar hebben we een aantal leuke dingen gedaan. Zo zijn we bij Rob en Sam wezen paardrijden en zijn we met Bungie, Morro en Amanda naar de Nindigully Pub geweest. En natuurlijk zijn we wezen drinken in de Talwood pub. We hebben twee goede ouderwetse vrijdagavonden daar meegemaakt. Maar daarna moesten we toch echt weer verder en ja, we hadden eindelijk weer een baan te pakken.

A good fun night in Talwood. Dit was tijdens de footy-game Queensland against New South Wales. Karina en ik hielpen die avond mee achter de bar met de nieuwe barmeiden Amy en Keira.

Bij het huis van Leon kwam ook een hond. Een hele lieve hond en die hond moest ook eten. Dus met het karretje van Bill en Donna, dat gebruikt wordt voor alle alcohol, haalden wij een zak hondenvoer op in de store.

Het paardrijden. Wat een ervaring. Via een stoeltje op een gigantisch paard klimmen. Met pijn en moeite is het me gelukt. Ik ben er zelfs niet vanaf gevallen.

All ready to go out for our last night in Talwood!
Pine cones
Nu gingen we op weg naar Tin Can Bay, daar hadden we een pine cone collecting job. Collecting pine cones? Ik hoor het je al zeggen. In het Nederlands: dennenappels rapen. Niet heel bijzonder, gewoon dom werk voor een goed loon. We krijgen 22 dollar voor een bag gevuld met pine cones en de supervisor Bob eist van ons dat we 4 zakken per dag vullen. Dus wij dachten dan kunnen we er misschien wel 5 vullen. Dat was iets te hoopvol gedacht. Want ook deze job ging niet van een leien dakje. Eerst konden we niet aan het werk omdat het had geregend en volgens Bob moeten de pine cones 3 dagen drogen, anders zijn ze te nat.

Onze pine cone pick hesjes.
Na een goeie week wachten konden we dan toch eindelijk aan de slag. We kregen een high-viz vest, een gele bouwvakkers helm en handschoenen. Met die attributen waren we ready om pine cones te collecten. Vol goede moed gingen we aan de slag. Maar wat een hel waren de eerste dagen. Gigantische rugpijn, maar dat was nog niet het ergste. Het ergste was toch wel de spierpijn. Pijn in spieren waarvan ik nog nooit geweten had dat ik daar pijn kon hebben. Maar bikkels waren we, want de volgende dag en de dag daarna stonden we gewoon weer paraat. Van ’s ochtends een uur of acht tot ’s middags een uur of twee stonden wij in het bos, in de brandende zon, onze buckets en bags met pine cones te vullen.

Het hele tenue.
Het was geen leuk werk en ik had er erg veel moeite mee om gefocust te blijven en te sticken tot deze job. Maar het geld dat we zouden verdienen maakte het allemaal wel wat makkelijker. Karina en ik hadden het erover gehad en we besloten te blijven. Volgens Bob zou het ook allemaal beter worden als het dry season eenmaal hier was. Maar opeens, out of the blue, was er een klein probleempje in het bos. Zoals gewoonlijk gingen we weer vroeg van start, maar op deze ochtend voelde ik iets prikken in mijn boot. Nu dacht ik hier niet veel van. En ben ik dus gewoon doorgegaan met werken. Maar na een aantal minuten werd ik niet goed. Het voelde alsof ik ieder moment kon flauwvallen.

De buckets die we moesten vullen.
Daarna werd het van kwaad tot erger. Steeds vreemdere symptomen kwamen tot uiting. Het ging zelfs zo ver dat ik totaal geen gevoel meer had in mijn linkerhand. Op dat moment waren we alleen in het bos met onze collega’s: Stephanie en Aaron een mixed-couple. Zij komt uit Nieuw-Zeeland en hij uit Engeland. Bob was nergens te bekennen en die konden we ook niet mobiel bereiken. Karina is daarom maar al bellend richting de grote weg gaan lopen. Na een tijdje kwam ze terug en had ze Bob aan de lijn gehad. Hij belde gelijk een ambulance en eindelijk na een halfuur was daar de medical help. Ik werd in de ambulance naar het ziekenhuis in Gympie vervoerd.

En de bags die uiteindelijk door de buckets daarin te legen gevuld moesten worden.
Eenmaal daar aangekomen werd ik onderzocht en de arts dacht dat het een spinnenbeet kon zijn, maar het zou volgens hem ook heel goed wat anders geweest kunnen zijn. Ik mocht naar huis, maar als er iets veranderde binnen 24 uur moest ik gelijk weer een ambulance bellen. Niet heel gerust gingen Karina en ik dus terug naar Tin Cin Bay in Bob z’n auto. Daarna ben ik niet meer gaan werken in het pine cone bos. Karina en ik hebben het erover gehad en we besloten ieder een eigen kant op te gaan. Zij in Tin Can Bay en ik who knows where.
Eindelijk
Na lang zoeken vond ik dan toch eindelijk een nieuwe baan. Wederom in een heel klein stadje in een pub. Dit keer werd het Jambin, een dorp waar ongeveer 45 mensen wonen. De grootste nabije town, ‘Rocky’ Rockhampton, ligt op zo’n 1,5 uur rijden. En alle huizen, inclusief de pub, liggen aan de Burnett Highway. Na zo’n 7 uur rijden vanuit Tin Can Bay kwam ik eindelijk aan in Jambin. Daar ontmoette ik de eigenaren Peter en Sue en hun drie kinderen Jaimie (17), Ernie (15) en Nicole (13). Na al mijn spullen naar mijn kamer te hebben gebracht kon ik gelijk aan de slag.

De Jambin Pub.
In de weken dat ik daar heb gewerkt, in totaal zes, heb ik een leuke tijd gehad. Lieve mensen ontmoet, goeie party’s gehad en vooral veel gewerkt. Soms zaten er dagen tussen waarop ik 15 uur lang achter de bar stond. Ook heb ik op een quad gereden in de achtertuin van een aantal jongens, heb ik een koolmijn gezien en heb ik de Australian way of driving geervaart. Dat wil zeggen ik heb alcohol drinkend op een backroad gereden met Apollo. Volgens Jacko, één van de locals in Jambin, is dat iets wat iedere ‘bush’ Australiër doet.

In de truck van Shorty, één van de locals, ben ik mee wezen grain harvesten.

Uit een grote cilo komt het graan in de truck terecht.
Daarnaast waren er ook minder leuke kanten, zo is mijn baas Peter een, hoe zal ik het netjes zeggen, niet zo’n aardige man. Een heel dominant type die altijd zijn zin moet hebben. Hij heeft het dan ook voor elkaar gekregen dat iedereen met hem mee lult. Allemaal zeggen ze ‘ja’ en ‘amen’ tegen hem. Maar dan heb je aan mij toch echt een verkeerde. Als ik het er niet mee eens ben, zal ik dat ook laten blijken. Kennelijk kon meneer dat niet uitstaan en vertelde Sue aan het nieuwe meisje Helen, zij kwam een week voordat ik wegging uit Jambin, dat Peter mij totaal niet mag. Hoe kinderachtig is dat? En als tip gaf Sue aan Helen dat Peter een nukkige man is die ze maar beter te vriend kan houden. En hoe moet ze dat doen? Volgens Sue kan ze hem maar beter altijd gelijk geven.

Tijdens mijn verblijf was er een camp draft. Daarbij moeten mannen en vrouwen op paarden een cattle animal om een aantal paaltjes zien te leiden en daar krijgen ze dan punten voor.
Ik ben dan ook een aantal dagen eerder weggegaan dan geplant. Drie avonden op een rij vond Peter het namelijk nodig om mij uit te kafferen in front off de hele bar. Zo gaf ik hem bijvoorbeeld het verkeerde drankje, wat overigens niet zo was, en moest ik mijn excuses aanbieden. Wat ik niet heb gedaan omdat ik niets verkeerds had gedaan. Daarna had ik het ijs voor in de glazen niet klein genoeg geslagen. En uiteindelijk, op mijn laatste avond, wilde iemand een fles rum kopen en wist hij de prijs niet. Hij dacht dat het 50 dollar was en ik dacht dat het 55 dollar was. Dus ik check de prijzenlijst en wat blijkt, ik had gelijk. Maar hij verkocht de fles toch voor 50 dollar, zo was ik de boeman en hij de goeie publican die voor een vriendenprijsje een fles rum verkocht.

Ik aan het werk in de bar.
Ik was er zo klaar mee met dat soort streken dat ik per direct ben opgestapt. Naast het geschreeuw van hem als je, volgens hem, iets verkeerds had gedaan en het onterecht beschuldigd worden van iets was ik fed up. Ik was done, ik wilde geen minuut langer voor deze vent werken. Die 3 dagen die ik eigenlijk nog zou moeten werken, konden me gestolen worden. Ik had van de meeste mensen waarmee ik goed contact had al afscheid genomen, dus ik was wel ready to go. En dan zouden Karina en ik na zes weken eindelijk weer herenigd worden!

Samen met het nieuwe meisje Helen.
Tin Can Bay
Ik ben nu dus weer terug in Tin Can Bay. Vandaag, maandag 14 oktober, vertrekken we om te gaan reizen. Eerste stop wordt Brisbane voor een paar broodnodige shopmomenten, daarna hoogstwaarschijnlijk Goondiwindi voor een fijne stapavond en dan droppen we nog even by in Talwood voor een good ol’ Friday night. After that, it is where ever the road will take us. Maar we hebben een plan, de bedoeling is om eerst af te zakken, zodat we de Great Ocean Road kunnen rijden. Daarna gaan we South Australia in, dan Western Australia om uiteindelijk Northern Territory te bezoeken en dan weer terug te komen in Queensland waar we onze laatste maand in Talwood door gaan brengen.
That’s it voor nu. Ik spreek jullie later.
Veel liefs, Deborah